LUCHTVERKEERSLEIDING
De luchtverkeersleiding op het AOCS NM is de instantie die het beheer heeft over het militair deel van het Nederlandse luchtruim en zorgt ervoor dat alle luchtverkeer veilig door dit luchtruim navigeert. De vliegplannen van alle binnenkomende en vertrekkende toestellen zijn bij de luchtverkeersleiding bekend. Alle verkeer dat het gecontroleerde luchtruim betreedt, moet zich bij de luchtverkeersleiding aanmelden.
Met de komst van secundaire radar en transponders wordt een veelheid aan vluchtgegevens automatisch door de transponder aan de radar toegestuurd, waarna het systeem dit verwerkt zonder dat de verkeersleider zich daarmee hoeft te bemoeien. De vluchtgegevens worden hierdoor automatisch op de PVD zichtbaar gemaakt. Eenmaal aangemeld begeleidt de luchtverkeersleider het toestel, en houdt het van alle andere in het gecontroleerde gebied gescheiden, totdat deze het luchtruim weer verlaat. Vlak voordat het toestel daarna een door een andere instantie beheerd luchtruim binnenvliegt, wordt het "overgedragen". Dit gebeurt via een – soms geautomatiseerd, soms telefonische - coördinatie.
Zowel de overdracht als de begeleiding gebeurt door middel van klaringen.
De Luchtverkeersleiding op AOCS NM kan worden onderverdeeld in drie groepen:
• Flight Information Service: begeleiding van kleine (burger)luchtvaart en militair verkeer dat onder zichtomstandigheden (VMC = Visual Meteorological Conditions) door militair luchtruim vliegt (Dutchmil Info)
• Radar Approach Control (Rapcon): begeleiding (meestal naderings-procedures) van luchtvaartuigen in een gebied van zo'n 60 km rondom een vliegbasis, tot een hoogte van maximaal 20000’ (zo’n 6 km).De benaming is Centralized Approach (CAPP) en vindt voor alle Nederlandse bases plaats vanaf het AOCS NM. CAPP is onderverdeeld in drie clusters; Noord (Leeuwarden & Twenthe), Zuid (Volkel en Eindhoven) en West (Soesterberg, Deelen, Gilze-Rijen en Woensdrecht).
• En-Route Control (Area of Centre): de rest van het luchtruim, tussen de approach area's van de diverse vliegbases (Dutchmil Lower), vluchten over land (cross-country) en alles hoger dan circa 6 km (Dutchmil Upper)
GEVECHTSLEIDING
De gevechtsleiding van de Koninklijke Luchtmacht wordt gevormd door het 710 Control and Reporting Centre (CRC) Squadron.
Het squadron maakt deel uit van het geïntegreerde luchtverdedigingstelsel van de NAVO. De gevechtsleiding bewaakt en coördineert de verdediging van het luchtruim van Nederland en de NAVO. Dit doen zij door het uitvoeren van ´Air Battle Management´, ´Air Surveillance´, ´Fighter en SAM Control´ en ´Alerting´. Om deze taken veilig te kunnen uitvoeren is intensieve samenwerking en uitwisseling van gegevens en data met zowel civiele als militaire instanties in het buitenland noodzakelijk. Daarnaast ondersteunt het CRC de oefenprogramma´s van de F 16 jachtvliegers en de Nederlandse Geleide Wapen eenheden. Het CRC beschikt over een eigen school; de Opleidingsafdeling. Deze verzorgt alle eigen gevechtsleidingsopleidingen.
- Ondersteuning Oefeningen: Het 710 CRC (´Control and Reporting Centre´) Squadron ondersteunt de training van de vliegende squadrons en de Geleide Wapen eenheden van de Koninklijke Luchtmacht en andere NAVO-luchtmachten. De gevechtsleiders (´Fighter Controllers´) spelen hierbij een belangrijke rol. Meerdere malen per jaar wordt deelgenomen aan (inter)nationale oefeningen. Daar komen zaken aan de orde als: samenwerking met de marine, het inzetten van AWACS-vliegtuigen (vliegende radarstations) en tankvliegtuigen, het verplaatsen en inzetten van geleide wapens en vele andere aspecten van luchtverdediging. De afdeling Operatiën is verantwoordelijk voor een goede uitvoering van al deze taken. Ondersteuning op locatie Grote NAVO oefeningen vinden vaak plaats op vliegbases in binnen- en buitenland. Om oefeningen op locatie te ondersteunen beschikt het CRC over radarschermen in verplaatsbare shelters. Met behulp van deze apparatuur kunnen de vliegoperatiën zo dicht mogelijk bij het oefengebied worden begeleid. Tijdens de oefening kan dan met deze apparatuur door anderen worden meegekeken. De vliegoperatiën kunnen ook na de landing gezamenlijk met de betreffende jachtvliegers tot in detail worden geëvalueerd. Hierdoor wordt de oefenwaarde van de vluchten nog verder verhoogd. De verplaatsbare radarapparatuur wordt niet alleen voor vliegoperaties ingezet, ook de oefeningen van de Groep Geleide Wapens kunnen ter plaatste worden ondersteund.
- Air Battle Management: Als er een crisis ontstaat, zorgt het CRC (Control and Reporting Centre) voor het coördineren van en leiding geven aan de inzet van alle beschikbare luchtverdedigingsmiddelen. De ze hoofdtaak van het CRC wordt ´Air Battle Management´ genoemd. Daarbij gaat het in de eerste plaats om luchtmachtsystemen zoals F-16 jachtvliegtuigen en de geleide wapensystemen PATRIOT en HAWK van de Groep Geleide Wapens. Daarnaast gaat het om de inzet van vliegende of geleide wapensystemen van eigen landmacht en marine of van NAVO- bondgenoten. Ook tijdens terroristische dreiging speelt de ´battle manager´ een rol in de coördinatie tussen luchtmacht en justitie.
- Fighter Control: Een fighter controller is verantwoordelijk voor het begeleiden van F-16´s naar luchtdoelen. Daarvoor geeft hij stuuropdrachten en tactische informatie over de tegenstander. In vredestijd kan een doel bijvoorbeeld zijn het onderscheppen van een onbekend vliegtuig. Daarnaast houden de Fighter Controllers zich vooral bezig met het begeleiden van luchtverdedigingsoefeningen van Nederlandse en NAVO vliegtuigen. Dat kunnen relatief eenvoudige één tegen één oefeningen zijn maar ook het begeleiden van grote formaties of het controllen van bijtanken in de lucht, Air to Air Refuelling. In oorlogsomstandigheden begeleidt de Fighter controller met behulp van radar en radio grootschalige luchtgevechten. De ´Fighter Control´ taak wordt ook wel ´Air Policing´ genoemd. Dit houdt in dat er 24 uur per dag jachtvliegtuigen gereed staan (de zogenaamde ´Quick Reaction Alert’), om na een opdracht van de gevechtsleiding) direct de lucht in te gaan voor het uitvoeren van een missie, bijvoorbeeld voor het onderscheppen van een onbekend vliegtuig.
- Quick Reaction Alert (QRA): Een vliegtuig kan onbekend zijn door het ontbreken van een vluchtplan waarmee de piloot zijn geplande route aangeeft. Ook kan het gaan om een vliegtuig waartegen bijvoorbeeld sancties van de Verenigde Naties zijn afgekondigd. Zulke vliegtuigen zijn dan vaak niet welkom in Nederland.
- SAM Control: Binnen een Control Reporting Centre (CRC) worden alle wapensystemen voor luchtverdediging geïntegreerd ingezet. Hierbij gaat in de eerste plaats om luchtmachtsystemen zoals F-16 jachtvliegtuigen en de geleide wapensystemen PATRIOT en HAWK van de Groep Geleide Wapens. Deze grond-lucht geleide wapens worden meestal met de Engelse term Surface to Air Missiles of kortweg SAM aangeduid. De gevechtsleiding is o.a. belast met de keuze tussen toewijzing van een doel aan jachtvliegtuigen of aan SAM eenheden. Wanneer het doel niet door de jachtvlieger wordt onderschept, kan onderschepping door een geleide wapen een mogelijkheid zijn. De verantwoordelijke functionaris die onderschepping door SAM systemen coördineert en stuurt is de SAM Allocator. Hij/ zij geeft informatie over het doel, geeft opdrachten en evalueert en rapporteert de resultaten van de geleide wapen inzet. Deze taak wordt in beginsel uitgevoerd door gevechtsleiders. Daarnaast is op het CRC een geleide wapen expert aanwezig die zelf SAM Allocator is maar zich ook bezighoudt met andere SAM aangelegenheden. Dit omvat beleid en afspraken met de Groep Geleide Wapens over procedures, opleidingen en oefeningen. Oefeningen, zowel vanuit het CRC als op locatie in binnen- en buitenland zorgen voor een goede getraindheid van al het gevechtsleiding personeel, inclusief de SAM Allocators. Een voorbeeld van oefenen op locatie door het CRC is de jaarlijkse deelname aan oefening Joint Project Optic Windmill (JPOW). JPOW is een jaarlijks door de GGW georganiseerde oefening die zich vooral richt op de verdediging tegen tactische ballistische raketten; het Theatre Missile Defence.
- Air Surveillance: Het Air Surveillance personeel zorgt ervoor dat de radars een optimaal luchtbeeld leveren. De hoofdtaak van ´Air Surveillance´ is het opbouwen en uitwisselen van een herkend luchtbeeld. Dit houdt in dat het ´Control and Reporting Centre´ (CRC; de gevechtsleiding) voortdurend het toegewezen luchtruim afzoekt naar vliegtuigen, deze identificeert en blijft volgen zolang dat nodig is. Deze taak wordt 24 uur per dag uitgevoerd. Daarvoor maakt de gevechtsleiding op grote schaal gebruik van moderne radar- , computer-, en communicatiesystemen. De twee ´Medium Power Radars´ (MPR) van het CRC, en twee Duitse en Belgische radars, sporen de vliegtuigen op. Deze radargegevens vormen de basis van de luchtbeeldopbouw en hiermee de basis voor het hele takenpakket van de gevechtsleiding. Aan de hand van een optimaal geïdentificeerd luchtbeeld worden tactische beslissingen genomen. Deze beslissingen, gebaseerd op de interpretatie van het luchtbeeld, kunnen bijvoorbeeld leiden tot het inzetten van jachtvliegtuigen voor ´Air Policing´ in vredestijd. In tijden van crisis en conflict kunnen ook andere wapensystemen, zoals het geleide wapensysteem ´PATRIOT´, worden ingezet. Bij de opbouw van een herkend luchtbeeld speelt het identificeren van elk afzonderlijk vliegtuig een zeer belangrijke rol. Daarbij moet een onderscheid gemaakt tussen vriendschappelijke vliegtuigen en vliegtuigen waar een mogelijke dreiging dan wel risico vanuit gaat. Het kan echter ook gaan om het opsporen van smokkelvluchten of het controleren van vluchten met diplomatieke klaringen voor zowel het vervoer van gevaarlijke stoffen als VIP vluchten. Dit opgebouwde luchtbeeld wordt verspreid naar het operatiecentrum van de Koninklijke Luchtmacht en naar naburige CRC’s in het buitenland en het ´Combined Air Operations Centre´ (CAOC), de ‘baas’ van het CRC in NAVO-verband, in Kalkar (Duitsland). Maar ook wordt het luchtbeeld gedeeld met AWACS, Geleide Wapen eenheden en marineschepen. Deze uitwisseling gebeurt met behulp van geautomatiseerde computerverbindingen, de zogenoemde datalinks.
- Alerting: De gevechtsleiding voert een ´Alerting´ taak uit om de verschillende vliegbases en het hoofdkwartier van de Koninklijke Luchtmacht tijdig te waarschuwen over bijvoorbeeld een noodsituatie of een crisis die zich ontwikkelt. Deze alarmeringen kunnen zowel nationaal als vanuit de NAVO-commandostructuur gebeuren. De gevechtsleiding oefent regelmatig om deze alerting taak tijdig en accuraat uit te kunnen voeren.
- AWACS: In de jaren 80 is het geïntegreerde NAVO luchtverdediging- stelsel (NATINADS) uitgebreid met een vloot van 18 NATO E-3A Airborne Early Warning and Control System (AWACS) radarvliegtuigen. Deze AWACS vliegtuigen zijn eigendom van de NAVO. De NAVO AWACS toestellen zijn gestationeerd in Geilenkirchen (Duitsland), aan de grens met Limburg. Deze vliegende radarstations hebben een gemengde bemanning die afkomstig is uit verschillende NAVO-landen. AOCS Nieuw Milligen levert doorlopend personeel voor de gevechtsleidingposities van de AWACS toestellen. De NAVO AWACS toestellen zijn gestationeerd in Geilenkirchen (Duitsland), aan de grens met Limburg. Deze vliegende radarstations hebben een gemengde bemanning die afkomstig is uit verschillende NAVO-landen. AOCS Nieuw Milligen levert doorlopend personeel voor de gevechtsleidingposities van de AWACS toestellen.








