A+ R A-

711 Sqn LVL

 Dutch mil, de algemene militaire verkeersleiding van ons land, is belast met het veilig, vlot en ordelijk laten verlopen van al het militaire luchtverkeer en het burgerluchtverkeer in het militaire luchtruim. Hun werkgebied bestaat uit het luchtruim boven het Nederlandse grondgebied en een groot deel van de Noordzee. De radars waar het MilATCC mee werkt zijn dezelfde radars als waar de civiele luchtvaart mee werkt, en zijn gebaseerd op de SSR (= Secondary Surveillance Radar).

 

 

Bij SSR is het noodzakelijk dat de vliegtuigen een zogenaamde transponder aan boord hebben. De transponder kun je beschouwen als licht op je fiets in het donker, niets meer en niets minder. Je maakt jezelf zichtbaar voor je omgeving. De transponder wordt door de SSR antenne 'ondervraagd'. Wat betreft de coverage kun je ervan uitgaan dat op 1200 feet AMSL heel Nederland wordt gedekt. Dat komt omdat er gebruik wordt gemaakt van radardata die aangeboden wordt door Maastricht ARTAS (= Air Traffic Management Surveillance Tracker and Server System). Dit betekent dat ook buitenlandse radars een bijdrage aan dit radarplaatje leveren (bijvoorbeeld Duitse radars voor Oost-Nederland).

 

 

De luchtverkeersleiding op het AOCS NM is de instantie die het beheer heeft over het militair deel van het Nederlandse luchtruim en zorgt ervoor dat alle luchtverkeer veilig door dit luchtruim navigeert. De vliegplannen van alle binnenkomende en vertrekkende toestellen zijn bij de luchtverkeersleiding bekend.
Alle verkeer dat het gecontroleerde luchtruim betreedt, moet zich bij de luchtverkeersleiding aanmelden. Met de komst van secundaire radar en transponders wordt een veelheid aan vluchtgegevens automatisch door de transponder aan de radar toegestuurd, waarna het systeem dit verwerkt zonder dat de verkeersleider zich daarmee hoeft te bemoeien. De vluchtgegevens worden hierdoor automatisch op de PVD zichtbaar gemaakt.
Eenmaal aangemeld begeleidt de luchtverkeersleider het toestel, en houdt het van alle andere in het gecontroleerde gebied gescheiden, totdat deze het luchtruim weer verlaat. Vlak voordat het toestel daarna een door een andere instantie beheerd luchtruim binnenvliegt, wordt het "overgedragen". Dit gebeurt via een – soms geautomatiseerd, soms telefonische - coördinatie. Zowel de overdracht als de begeleiding gebeurt door middel van klaringen.

 

De Luchtverkeersleiding op AOCS NM kan worden onderverdeeld in drie groepen:

  • Flight Information Service: begeleiding van kleine (burger)luchtvaart en militair verkeer dat onder zichtomstandigheden (VMC = Visual Meteorological Conditions) door militair luchtruim vliegt (Dutchmil Info)

  • Radar Approach Control (Rapcon): begeleiding (meestal naderings-procedures) van luchtvaartuigen in een gebied van zo'n 60 km rondom een vliegbasis, tot een hoogte van maximaal 20000’ (zo’n 6 km). De benaming is Centralized Approach (CAPP) en vindt voor alle Nederlandse bases plaats vanaf het AOCS NM. CAPP is onderverdeeld in drie clusters; Rapcon Noord (Leeuwarden, de Kooij & Twenthe), Rapcon Zuid (Volkel en Eindhoven) en Rapcon West (Soesterberg, Deelen, Gilze-Rijen en Woensdrecht). MVK (Marinevliegkamp) de Kooij approach voert vanaf 18 november 2010 haar taken uit vanuit Milligen.

  • En-Route Control (Area of Centre): de rest van het luchtruim, tussen de approach area's van de diverse vliegbases (Dutchmil Lower), vluchten over land (cross-country) en alles hoger dan circa 6 km (Dutchmil Upper) 


Dank aan BerendBotje voor de diverse fragmenten.
Welkom op de website van Air Operations!

Dutchmil_LVL

@toloneum je kent ze nog?! ;-)


MHE

 

Zo doen militairen dat

 
Kerngegevens Defensie
Klik om te bestellen!!
FABEC
Koninklijke Luchtmacht
LvNL
Eurocontrol